CategoriesGeen categorie

Communicatie cirkel: zo voelt een kind zich gezien.

Een communicatiecirkel geeft in een schema weer hoe afgestemde interactie eruit ziet. De ouder of het kind neemt initiatief in het contact (bv door een bal te laten zien), de ander signaleert dit initiatief (merkt op dat de ander contact zoekt/iets wil laten zien of zeggen), geeft een ontvangst bevestiging van het initiatief (door bv naar de bal te kijken of te zeggen “wat een mooie bal”), er vindt een uitwisseling plaats (gesprekje, beurten maken, verdiepen) en de communicatie wordt afgesloten (veelal wordt dit non-verbaal duidelijk (bv verbreken van oogcontact).

De kwaliteit van de communicatie en de onderlinge betrokkenheid van ouder en kind verdiept zich, wanneer er meer communicatiecirkels zijn. 

Het signaleren van initiatief, het geven van een ontvangstbevestiging op wat de ander wil delen, gerichte aandacht voor beurt verdeling en opmerken van afsluiten zorgen ervoor dat het kind (de ander) zich gehoord en gezien voelt.

CategoriesGeen categorie

blog waarom liegt een kind?

blog waarom liegt een kind?

Liegen

Dit artikel verscheen eerder in de Basics 3-2021 en staat op de website van basic trust.

Auteur: Willemijn Guiljam-Geijtenbeek
Basic Trust Goes en Zierikzee
 
‘Dat mijn kind iets doet wat niet mag, vind ik tot daaraan toe. Maar dat hij erover liegt?!’ Liegen heeft een nare bijsmaak, het roept wantrouwen en achterdocht op. Dit kleurt vaak ook het gevoel en oordeel van de opvoeder. ‘Mijn kind gedraagt zich achterbaks, hij speelt een spelletje met me. Zelfs als ik hem ernaar vraag, vertelt hij niet de waarheid.’

Gewetensvorming
Om bewust de waarheid te spreken of bewust te liegen, is gewetensvorming nodig. Bij een kind dat zich gezond ontwikkelt, begint dit rond het derde levensjaar. Het kind ervaart dat er rekening met hem wordt gehouden en leert rekening te houden met anderen. Het wordt zich meer en meer bewust van wat opvoeders als prettig en onprettig ervaren. Het contact met opvoeders wordt hiermee op een bewust niveau, meer wederkerig. Zo ontstaat een diepere emotionele verbinding. Het kind verinnerlijkt de waarden en normen van zijn opvoeders. En leert daarnaar te handelen. Kinderen met verminderd basisvertrouwen hebben niet of minder ervaren dat anderen met hen rekening houden. Zij hebben niet of minder leren vertrouwen op de beschikbaarheid, zorg en rechtvaardigheid van een veilige opvoeder. Van daaruit kan wantrouwen naar de omgeving ontstaan. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld moeite met nabijheid. Liegen komt dan niet voort uit de negatieve intentie die opvoeders of omgeving er vaak aan verbinden. Het kind handelt vanuit een diep geworteld gevoel van niet genoeg, ongewenst of onbemind zijn. Met eerlijk zijn riskeert het kind afwijzing of ‘door de mand vallen’. Liegen vanuit angst lijkt voor hem of haar een noodzakelijke overlevingsstrategie. Bescherming tegen afwijzing. Het verzinnen van verhalen kan gezien worden als het creëren van een eigen waarheid, om zo de wereld om zich heen kloppend te krijgen en om spanning en stress te laten afnemen. Vaak is dit een onbewust proces.

Een negatieve spiraal

Wanneer opvoeders vervolgens proberen ‘de waarheid’ te achterhalen, levert dit vaak een tegengesteld negatief effect op. Het kind zal zich in nog meer bochten wringen om de ander niet (nogmaals) teleur te stellen. Als een kind liegt, kan dat bij de opvoeder verwarring opleveren. Bij Basic Trust horen we vaak dat opvoeders ofwel begrenzen, extra streng worden of de waarheid willen achterhalen. Ofwel uit machteloosheid meegaan in de verhalen van het kind. Wanneer iets waarheid is en wanneer niet wordt dan nog meer onduidelijk. Beide aanpakken leiden tot een neerwaartse spiraal. Opvoeder en kind versterken elkaar dan in het negatieve gedrag. Wanneer een opvoeder aan de waarheid vasthoudt en extra streng of boos reageert, lokt dat een boze reactie uit bij het kind. Dat vergroot weer de boosheid van de opvoeder, enzovoorts. Wanneer de opvoeder – soms uit schrik, onmacht of verwarring – meegaat in de onwaarheid, krijgt het kind een gevoel van controle, dat het wellicht ook een volgende keer zal inzetten als het zich bang of kwetsbaar voelt.

Behoeften van het kind

Het helpt als de opvoeder zich probeert in te leven in het kind en daarbij onderscheid maakt tussen het eigen oordeel over liegen en het gedrag dat hij of zij bij het kind ziet. Vaststellen dat een kind iets onwaars vertelt en zoeken naar de redenen hiervoor, biedt zicht op de situatie. ‘Ik vraag me af waarom je het zo vertelt.’ Zo komen de behoeften die het kind met het liegen probeert te vervullen, ook in beeld. Bij Basic Trust leren opvoeders op een helpende manier betrokken te zijn. Dat doen ze door het geven van ‘ontvangstbevestigingen’ en met benoemen. Dat is op een rustige, neutrale en vriendelijke manier onder woorden brengen wat een kind in het hier en nu doet, voelt, wil of denkt. ‘Jij maakt er nu een ander verhaal van. Misschien omdat je bang bent dat ik boos word. Maar ik word niet boos, dus laten we het er eens over hebben.” Zo laat een opvoeder merken dat het kind belangrijk voor hem of haar is en neemt hij of zij de leiding.

Stevige boom

Het kind voelt zich begrepen. Er is bijvoorbeeld begrip voor de angst voor boosheid wanneer de waarheid uitkomt. De opvoeder wordt zo een ‘stevige boom’ voor het kind, iemand die er ondanks zijn gedrag voor hem blijft, die om zijn gedrag heen kan kijken en die voorziet in zijn behoefte aan onvoorwaardelijke liefde, nodige zorg en veilige begrenzing. Hij zal gaan ervaren dat de waarheid goed genoeg is en dat liegen niet meer nodig is.